In de derde fase richt de student zich op zijn persoonlijke bijdrage aan het leren en de brede ontwikkeling van leerlingen. Vragen zoals: ‘Wat wil ik leerlingen leren? Welke didactische werkvormen zet ik in? Hoe zorg ik dat ik alle leerlingen bereik?’ staan centraal. Leren van en met elkaar. Leergemeenschap: De student is gericht op het uitvoeren van de taak van leraar en het ontwikkelen van een handelingsrepertoire. Ruimte voor perspectieven. Zicht op verschillen in gedrag en ontwikkeling van leerlingen én het vermogen om daarop in te spelen met diverse interventies die passen bij hun leer-en ontwikkelbehoeften.
Leren door te onderzoeken. Altijd op weg naar beter.